‘Persoonlijke vetes worden uitgevochten in het veld’
Voor het eerst in jaren staat morgen de Haagse handbalderby tussen Hellas en WHC/Hercules op het programma op het hoogste niveau. Al decennia zorgen wedstrijden tussen beide clubs voor spektakel en rivaliteit. Hoofdrolspelers uit het verleden leggen uit waarom een fusie tussen beide clubs onmogelijk lijkt.
Al vanaf de jaren 60 waren het altijd de clashes tussen Hellas en Hermes. Daarna tussen Hellas en Hercules en vervolgens, toen Hermes opging in het Combinatieteam, werd er om de Haagse hegemonie gestreden tussen WHC/Hercules en Hellas.
De eerste confrontaties vonden plaats in de vermaarde Houtrusthal en daarna begin jaren 70 in de al even fameuze sporthal De Vliegermolen. Volgepakt met zo’n 1500 toeschouwers. De beide clubs kenden grote successen. Hermes werd landskampioen in 1978 en Hellas voor de laatste keer in 2008.
“Het was het begin van de enorme animositeit tussen de twee Haagse clubs”, vertelt de inmiddels 82-jarige Niek Wissink, een echte Hellas-man. “Uitpuilende sporthallen met hoog oplopende emoties. De uitslag was nooit te voorspellen en dat is altijd zo gebleven. Zo’n opgefokte sfeer hoort ook wel bij een derby. Won je dan was je euforisch, maar verloor je dan was je er dagenlang ziek van. Het was nog de tijd zonder smartphone, dus op maandag de krant lezen en dan was het huiveren of genieten. Het was altijd slecht voor mijn hart. Nu zit ik achter de wedstrijdtafel en moet me rustig houden. Valt niet altijd mee.”
Mentaal opladen
Loek van Bergen en Henegouwen (33) ontwikkelde zich sinds 2008 vanaf zijn zestiende tot vaste basiskracht bij de Hellenen en was jarenlang de aanvoerder. “Die derby’s waren altijd atypische wedstrijden waarvoor je je nooit mentaal hoefde op te laden. Iedereen keek daar naar uit. Spelers, supporters, de hele regio. Veel passie, spanning en altijd geweldig met veel publiek.”
Van Bergen en Henegouwen weet nog goed dat hij vaak aan de goede kant van de score zat tegen WHC/Hercules. “We zongen dan na afloop een lied. ‘Hercules is dood, we verdelen de buit. Stenen op de kist. Anders komen ze eruit…’ Dát geeft wel aan hoe we over de tegenstander dachten. Het was een harde confrontatie. Ik ben benieuwd of die gasten van Hellas dat lied zaterdag weer kunnen laten horen.”
Kees Kooij (71) was zo’n vijftig jaar geleden bij Hermes een topspeler en 75-voudig international. Hij heeft heel wat doelpunten gemaakt in de onderlinge duels tussen de rivalen. Met zijn beruchte ‘shuffle’ was hij vaak bepalend in die legendarisch Vliegermolen.
“Het was altijd Hellas uit de Vogelwijk tegen Hermes van het Stokroosveld”, zegt Kooij. “Wij speelden al in de eredivisie toen Hellas ook promoveerde. Vanaf dat moment werden er veel persoonlijke vetes binnen de lijnen uitgevochten. De animositeit was héél groot. Onvergetelijke duels die onvoorspelbaar waren.”
Fusie?
Regelmatig werd er op bestuursniveau geprobeerd om tot een samenwerkingsverband te komen tussen beide clubs vanwege de vele talenten die er rondlopen. De naam was er al: Team Haaglanden. Maar de rivaliteit en de haat en nijd waren, en zijn nog steeds, zó groot dat het niet lukte de achterban te overtuigen.
“Het verschil in cultuur bij de verschillende clubs is gewoon te groot”, zegt nestor Wissink. “Het DNA van de leden is te sterk en de supporters willen gewoon graag dat die derby’s blijven.”

